Steeds minder meer

Dit artikel is geschreven in 2000 als achtergrondinformatie bij de documentaire Delta Blues – in a land of cotton, en als reactie op de Water-geralateerde visie voor het Aralmeer-basin voor het jaar 2025 van UNESCO.

Voor een Engelstalige versie klik hier

Voor een samenvatting van de documentaire Delta Blues klik hier

.

Het is inmiddels 10 jaar geleden dat de Sovjet-Unie definitief uiteen viel (1991) en een Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) werd gevormd. Eén van de dingen die deze staten gemeen hebben is 70 jaar Sovjet-geschiedenis en een reeks economische, politieke en sociale problemen. Met name voor de 5 Centraal-Aziatische landen (Kazachstan, Uzbekistan, Turkmenistan, Kyrgyzstan en Tajikistan) wordt gevreesd dat de economische misère, etnische en religieuze spanningen, maar vooral water en land gerelateerde problemen zullen leiden tot conflicten (zoals eerder in ‘89 en ‘92). Landbouw in de regio (voornamelijk katoen) is vrijwel volledig afhankelijk van irrigatiewater uit de twee belangrijkste rivieren (de Amu Darya en Syr Darya) die vanuit de bergen in Kyrgyzstan en Tajikistan naar het Aralmeer (gesitueerd tussen Kazachstan en Uzbekistan) stromen. De afhankelijkheid van katoen (en dus van water) maakt de lokale econo­mieën kwetsbaar, stelt kwesties over waterrechten op scherp en bemoeilijken zo het tot stand komen van vertrouwensrelaties tussen de jonge republieken. Aanleiding voor de internationale bezorgdheid is dat de intensieve en inefficiënte irrigatie, samen met het buitensporig gebruik van landbouwchemicaliën (kunstmest, pesticiden, ontbladeringsmidde­len) een van ‘s werelds grootste milieurampen heeft veroorzaakt; die van de opdroging van het Aralmeer.

Nadat door de Amerikaanse burgeroorlog (vanaf 1861) de katoenexport tot stilstand kwam wendde tsaristisch Rusland zich tot de recentelijk veroverde gebieden in Centraal Azië voor de teelt van katoen. Gedurende het Sovjet-bewind breidde de katoenteelt zich uit in de woestijngebieden rond de Amu Darya en werd deze door verbeterde irrigatietechnieken geïntensiveerd. Vanaf eind jaren ‘30 werd de Sovjet-­Unie zelfvoorzienend in katoen en een belangrijk exporteur van dit `witte goud.’ Tegen de jaren ‘50 werd er zo’n 50.000 km2 landbouwgrond geïrrigeerd, zonder dat dit grote gevolgen had voor het Aralmeer. Dit veranderde na 1954 toen de Sovjets, onder Chrustjov, begonnen waren het 1360 km lange Kara-Kum kanaal uit te graven. Water uit dit kanaal maakte katoenteelt mogelijk in de woestijngebieden in zuid Turkmenistan, maar daarbij werd jaarlijks 14 km3 water (een kwart van de totale 55 km3) aan de Amu Darya en dus aan het Aralmeer onttrokken. Tussen 1960 en 1980 breidde het landbouwareaal dat onder irrigatie was zich uit met 20%, maar door de vanwege roofbouw afnemende opbrengsten en ‘lekkage’ uit de betonnen irrigatiekanalen verdubbelde de daarvoor gebruikte hoeveelheid water (van 45 naar 90 km3). Van de 55 km3 die tot aan de jaren ‘50 jaarlijks naar het Aralmeer stroomde, bereikte tegen de jaren ‘80 slechts een verzilte en vervuilde 10%  (5 km3) het meer.

In een periode van amper 40 jaar verloor het Aralmeer 75% van z’n volume (tot aan 1960 nog zo’n 1092 km3), 40% (31.000 km2) van z’n oorspronkelijke oppervlakte (67.000 km2, vergelijkbaar met West-Virginia of Litouwen), het waterpeil zakte met bijna 20 meter (van 53 naar 34), en het zoutgehalte nam toe van 10% naar zo’n 30%. Alle (zo’n 23 soorten) vis stierf uit, 60.000 mensen verloren hun baan, en vissers zagen hun schepen wegroesten op de drooggevallen oever. Op sommige plaatsen trok de kustlijn zich 100 km terug, een gebied zo groot als België (30.530 km2) als een vervuilde zoutwoestijn achterlatend. Stormen verspreiden de zouten en landbouw­chemicaliën over uitgestrekte gebieden in Kazachstan, Uzbekistan en Turkmenistan, en bedreigen zo de volksgezondheid en de mogelijkheid van landbouw in deze gebieden. Maar ook de rivieren (welke niet alleen water voor irrigatie leveren, maar ook dienen als drinkwatervoorziening) zijn brak en vervuild, daarbij een verder gevaar voor de volksgezondheid vormend. Sinds de Amu Darya het Aralmeer, en soms zelfs Nukus (de hoofdstad van Karakalpakstan), niet meer bereikt, hebben behalve het meer, ook de gewassen, de dieren en de bevolking te maken met ernstige tekorten aan water. Gezond­heidsproblemen, werkloosheid en armoede drijven mensen tot wanhoop of migratie. De bevolkingsgroei, de economische situatie, en de afhankelijkheid van katoen, gesterkt door een technocratische en deterministische Sovjet-mentaliteit maken het moeilijk om een toekomst te zien waarin verandering mogelijk is.

Anticiperend op een scenario waarin zaken escaleren ondernam UNESCO een initiatief om een Water-gerelateerde Visie voor het Aralmeer-Basin [Water Related Vision for the Aral Sea Basin; UNESCO; 2000] te ontwerpen, waarin de problemen in de regio worden geschetst, en een aantal doelstellingen worden geformuleerd welke tegen het jaar 2025 bereikt zouden moeten zijn. Dit document, zoals gepresenteerd op het 2e Wereld  Water Forum in Den Haag (maart 2000), schetst een toekomst voor het Aral­meer-basin (Centraal Azië) met een betere toekomst voor een toegenomen bevolkings­aantal, meer landbouw, efficiëntere irrigatie, een draaiende industrie, betere drinkwa­tervoorziening, en een betere volksgezondheid. Tevens, om te voorkomen dat het Aral­meer verder uitdroogt tot een woestijn, stelt de UNESCO-Visie voor om de hoeveelheid water die jaarlijks naar het meer stroomt te verviervoudigen (21 km3, i.p.v. 5 km3).

Een punt van kritiek, onder meer geuit tijdens datzelfde forum, betreft het realiteits­gehalte van de UNESCO-Visie en de haalbaarheid van de geformuleerde doelstellingen. In september ’88 namelijk, meldde Viktor Duchovny, toendertijd directeur van het Centraal-­Aziatisch Wetenschappelijk Onderzoeksinstituut voor Irrigatie, dat hij maatregelen zou nemen om de voor irrigatie gebruikte hoeveelheid water terug te dringen, om voor 2005 jaarlijks 21 km3 water naar het Aralmeer te kunnen laten stromen. Nu, 12 jaar later, stelt de UNESCO-Visie hetzelfde voor, zonder aan te geven hoe dit bereikt zou kunnen worden.

Een ander punt van kritiek is dat de Visie, aangezien deze betrekking heeft op het gehele basin, de specifieke problemen in de regio rond het Aralmeer (welke een direct gevolg zijn van het watermanagement stroomopwaarts) veron­achtzaamt. Deze problemen, welke hun neerslag hebben op het milieu, de economie en de samenleving als zodanig, worden het meest urgent gereflecteerd in de gezondheid van de (voornamelijk Karakalpak) bevolking. Gevallen van kindersterfte, geboorteafwij­kingen, bloedarmoede, kanker, en aandoeningen aan ingewanden en luchtwegen zijn veel hoger dan elders in de voormalige Sovjet-Unie. Door zich te focussen op de economische wederopbouw van het gehele basin, en daarbij impliciet de regio rond het Aral­meer te beschouwen als een vuilnisbelt, staat de UNESCO een continuering van deze menselijke tragedie toe; aldus de critici. Bovendien promoot de Visie een niet­-duurzame ontwikkeling in Centraal-Azië, aangezien de negatieve effecten voor milieu, economie en volksgezondheid niet beperkt blijven tot het gebied rond het meer, maar hun neerslag hebben op de gehele Centraal-Aziatische regio. Dit zal problemen verernstigen en verspreiden, en de interlandelijke relaties in de regio verder onder druk zetten.

Advertisements

~ by mirrormundo on 2010/02/05.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

 
%d bloggers like this: